Artikel de Standaard

Hoe een lap stof een alternatief kan zijn voor een doodskist.

Lijkwaden België

Gisteren, op Allerheiligen, is de as van Griets vader verstrooid. In zijn tuin in het Brugse, zoals hij wou. Het was in die tuin dat de afscheidsplechtigheid voor haar vader plaatsvond. Hij wou ook thuis opgebaard worden, niet in een mortuarium – ook dat is gebeurd. En, belangrijk, hij wou een lijkwade, geen kist.

‘Mijn vader was 62 toen hij overleed, hij was ziek en hij heeft zelf bepaald hoe het afscheid zou verlopen’, vertelt Griet. ‘De dood zag hij niet als iets wat weggestopt moest worden, maar als iets wat bij het leven hoort. “Als we toch moeten sterven, laten we het dan aanvaardbaar maken”, zei hij. Het moest voor hem een echt overgangsritueel worden dat minder abrupt verliep dan bij een traditionele uitvaart, en waar ook de kleinkinderen bij betrokken waren. De filosofie achter zo’n lijkwade is net dat je de overledene elke dag met een beetje meer stof toedekt. Elke dag zou opa een beetje meer weg zijn.’

Uitzonderingen

De vader van Griet is – voorlopig nog – een van de uitzonderingen. Het is niet iets wat je elke dag ziet, een overledene in een lijkwade, gewikkeld in een grote lap stof dus. Toch niet in onze cultuur. Of beter: toch niet meer in onze cultuur. Als je vandaag het woord lijkwaden uitspreekt, volgt daar bij de gesprekspartner bijna automatisch ‘ah ja, die van Turijn’ op, naar de doeken waarin Jezus gewikkeld en opgebaard zou zijn. In India is het heel gewoon bij de hindoes, ook bij moslims behoort het tot de traditie. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, is zo’n lijkwade al meer ingeburgerd bij groene uitvaarten. Denk maar aan Nate Fisher, hoofdpersonage in de televisiereeks Six feet under, die in zo’n wade begraven wilde worden. En die aflevering is al minstens tien jaar oud.

Wikkelgoed in de StandaardUitvaartbedrijf Doodgewoon Belgie

‘Zeker als je voor een linnen stof kiest, zie je nog echt het silhouet. Die gedachte is vooraf vaak beangstigend, maar nadien zijn mensen blij dat ze het meegemaakt hebben’

Bij ons was het gebruik trouwens lange tijd verboden. Pas in 2004, met het uitvaartdecreet, is dat veranderd. Daarmee speelde de wetgever in op de rituelen van de moslimgemeenschap. Een moslim wordt traditioneel wel begraven in een lijkwade, en als dat hier niet kon, dan konden ze niet anders dan hun overledenen te laten repatriëren. Met het decreet van 2004 moest dat niet meer per se.

Greet Chielens van het alternatieve uitvaartbedrijf Doodgewoon zweert bij thuisopbaringen, net omdat daardoor de overgang tussen dood en afscheid iets milder verloopt. Het gebruik van de lijkwade past daarin. Maar voor haar was de lijkwade van Griets vader de eerste. Ze geeft toe dat het wat stress met zich meebracht. ‘We hebben thuis geoefend hoe we de stof moesten plooien, mijn man en ik.’

Stress was er ook bij Griet, toen ze de wens van haar vader hoorde. ‘We waren er eerst niet voor. Mijn vader was altijd “een speciale” en dat hij dit wou, dachten we, was toch weer “om speciaal te doen”.’ Maar dat gevoel keerde: ‘Omdat hij gecremeerd zou worden, moest er wettelijk ook een plank onder het lichaam komen. Die had hij vooraf al besteld bij een vriend, die ze zelf zou maken. Zo’n plank moet verplicht een ietwat opstaande rand hebben aan het voeteinde. Daardoor zag het er een beetje als een bootje uit. Mijn vader was een reiziger. Hij was ook met de fiets naar Compostela geweest. Toen hij daar lag, in die wade, op de plank, op zijn boot, was het als een pelgrim die zijn laatste reis ging maken. Het klopte.’ ‘Voor de inwikkeling zelf waren we zenuwachtig. Omdat niemand er hier ervaring mee had, hebben we het niet gedaan zoals het eigenlijk moet, dus niet elke dag een stukje, maar toch alles op de laatste dag. Mijn broer en ik, drie zussen van mijn vader en een goede vriendin. Het was intens. We legden hem in die wade en zagen hem plooi na plooi verdwijnen. We begonnen met de stoflapjes aan zijn voeten, tot op het einde alleen nog zijn gezicht vrij was. Op dat moment was dat beeld van de pelgrim heel sterk. We hebben zijn gezicht toegedekt en hem naar de auto gedragen, allemaal samen. Dat was heel erg menselijk. De auto heeft hem naar het crematorium gebracht.’

‘De afscheidsplechtigheid hebben we gehouden rond de urne. Persoonlijk denk ik dat het nog een stap te ver is om ook zo’n plechtigheid in bredere kring te houden rond een lijkwade. Het lijkt me te expliciet voor buitenstaanders die dat hele proces niet van nabij hebben meegemaakt.’

Wikkelgoed in de Standaard België

Als het regent in Amerika, miezert het in Nederland en druppelt het in België. Zo gaat het met wel meer fenomenen. Ook met de lijkwade. De Nederlandse dertiger Robbe Wij­nands groeide op tussen de lijkwaden, in het bedrijf van zijn moeder. Zij richtte vijftien jaar geleden Wikkelgoed op. Toen was het een van de eerste bedrijven die lijkwaden verkochten. Intussen hebben ze al flink wat concurrentie. ‘Vooral de laatste twee, drie jaar neemt het een vlucht, en ik merk stilaan ook belangstelling vanuit Vlaanderen’, zegt hij. ‘Het blijft nog altijd een heel klein percentage van alle uitvaarten. We verkopen er nu zo’n twintig tot dertig per maand. maar de vraag groeit.’

Het past in een tijdgeest waarin steeds meer mensen zich ervan bewust zijn dat we vervreemd zijn van de dood. Maar ook breder: op allerlei vlakken smachten we naar een meer persoonlijke benadering. Ook bij ons overlijden willen we mens blijven. Dat mens-zijn is veel explicieter bij een lijkwade dan bij een kist. Wij­nands: ‘Zeker als je voor een linnen stof kiest, dan zie je nog echt het silhouet. Die gedachte is vooraf vaak beangstigend, maar nadien zijn mensen blij dat ze het meegemaakt hebben.’

Er valt overigens geen staat te maken op wie ervoor kiest, leert hij uit de ervaring: ‘Zo hebben we er onlangs een in jeans verkocht voor een Belgisch meisje van achttien, maar ook voor een opa.’

Greet Chielens kijkt nu met liefde terug op haar eerste afscheid zonder kist. ‘Het was zo mooi, zo troostend, zo aaibaar, zo zacht. Je ziet de contouren van een lichaam, je hebt een idee van wat voor type mens onder het laken ligt. Je kunt dingen tussen de plooien stoppen, briefjes, bloemetjes, om mee te geven.’ Dat het beter is dan een kist wil ze niet gezegd hebben. ‘Het is een kwestie van persoonlijke voorkeur en van de manier waarop je met de dood omgaat. In een kist is er meer afstand, maar ik heb ook al mooie familierituelen bij de kisting meegemaakt.’

Duurzaam en Groen

Er speelt nog iets: het milieubewustzijn. Er zijn zeker al ecologische kisten, maar een lijkwade vergaat sneller. Wijnands: ‘Als je je laat begraven in een hennep lijkwade op een draagbaar die gemaakt is van snoeihout van wilgen, bijvoorbeeld.’ In Nederland heb je al volledige natuurbegraafplaatsen, in Vlaanderen zijn die er nog niet. Bij ons kan het voorlopig enkel op een paar plaatsen voor biologisch afbreekbare urnen.

En de prijs? Lijkwaden heb je vanaf 300 tot 400 euro. Een kist kost meestal meer. ‘Maar je hebt ook waden in zijde die hoger dan duizend euro gaan’, zegt Greet Chielens. ‘Het hangt allemaal af van de stof en de afwerking die je kiest. En je hebt al goedkope kisten voor vijfhonderd euro. Persoonlijk vind ik de prijs geen argument. Maar voor mij is het wel iets wat in een totaalbeeld moet passen. Ik zie nog niet zo gauw een lijkwade bij een traditionele uitvaart, in een koelkamer bij een begrafenisondernemer. Het past bij een intiem en persoonlijk afscheid.’

Wat is het

Een lijkwade is: een doek die je om een overledene heen wikkelt. Ze kan gebruikt worden in plaats van een kist. Zowel voor begrafenissen als voor crematies. Wat zegt de wet: sinds 2004 is het gebruik toegelaten. Bij crematies is wel een onderliggende plank verplicht om technische redenen. Bij begrafenis moet dat niet.

Geschreven door Lieve van Velde voor de Standaard